Contemplatieve dialoog

De contemplatieve dialoog is een gestructureerde werkvorm voor een gesprek. Het inzetten van deze vorm leidt tot vertraging en beter luisteren en is een goede vorm om ieders mening en visie te horen. De vorm moet gekoppeld worden aan een gebeurtenis die voor iedereen bekend is, bijvoorbeeld een succesverhaal of juist een crisis in de samenwerking. Maar het zou ook kunnen dat je bijvoorbeeld met elkaar een mooie film gaat kijken en daar de vragen over stelt. De werkwijze is bedoeld om alle kennis in de ruimte te horen.

Doel van de werkvorm

  • Mensen de kans geven om hun eigen, persoonlijke inzichten te delen. Het gesprek komt vrij eenvoudig op een diepere laag terecht
  • De groep leren om echt naar elkaar te luisteren

 

Werkvorm verloop:

De contemplatieve dialoog is een plenair gesprek. Het gesprek is heel gestructureerd en verloopt in drie rondes.

Voorbereidende fase: dit kan op meerdere manieren. 

  • Er is een concrete aanleiding: het is goed om die te verkennen. Wat is er gebeurd? Dit kan nog rommelig. Bij een conflict zou je kunnen werken met een tijdlijn: wat is er feitelijk wanneer gebeurd? Het is belangrijk om alle interpretaties weg te laten en alleen feiten op te schrijven op een brown paper. 
  • Inspiratie: als er geen conflict of iets dergelijks is, kun je ook starten met een film.
  • Na de voorbereiding leg je de spelregels uit: je bent stil, je reageert niet op elkaar en je zegt alleen dat wat je hebt opgeschreven. Dus ga geen extra dingen verzinnen terwijl je praat.
  • Geef nu aan dat iedereen stil moet zijn en dat je de eerste twee vragen gaat toelichten.

 

De eerste ronde vraag je iedereen de eerste vraag te beantwoorden. Schrijf je antwoord eerst op papier. Als iedereen de pen heeft weggelegd dan begint de eerste gespreksronde. Roep iedereen op om echt goed te luisteren. Stel de vraag: wie wil beginnen?

  • Let op: als iemand meteen na een ander gaat spreken, dan heeft die niet goed geluisterd en was die waarschijnlijk meer bezig met het eigen verhaal. Daar mag je iemand op aanspreken. Als iedereen geweest is, stel je de tweede vraag.
  • Voorbeelden voor een eerste vraag: “Welke scène uit deze film heeft je het meeste geraakt en vind je relevant voor je werk/strategie/ (afhankelijk van de opgave); leg uit waarom.” “Welke concrete gebeurtenis (in de aanloop of tijdens de crisis) heeft je het meeste geraakt; leg uit waarom en wat het met je deed.”

 

De tweede ronde gaat altijd over de eerste ronde en is gebaseerd op de vraag die ongeveer zo luidt: wie heeft je in de vorige ronde het meest geraakt? Of: welk antwoord op de eerste vraag is je het meest opgevallen? En leg uit waarom. Het is belangrijk dat je voordat de eerste persoon gaat spreken in de eerste ronde, deze vraag hebt geïntroduceerd: mensen gaan dan in de rondes dan beter luisteren. Als iedereen geweest is, stel je de derde vraag: als je één ding mag meenemen uit deze twee rondes waarvan je vindt dat jullie deze verder moeten oppakken: wat is dat dan en waarom? 

De derde ronde is de enige ronde waar je zelf de oogst van iedereen in bullets op een flip-over meeschrijft. Deze derde ronde kent bijna altijd veel convergentie: normaalgesproken komen hier een paar rode draden uit.

 

Benodigdheden

  • Er is geen materiaal nodig

 

Voorbereiding en tips

  • De voorbereiding is beperkt. Het is wel belangrijk dat je de opzet goed bespreekt met de opdrachtgever. Het is immers echt wat anders.
  • Verder is tijd belangrijk. Het kost namelijk best veel tijd. Je vraagt iedereen om elke ronde eerst het antwoord op te schrijven. Dat mag overigens ook in bullets, maar daar moet men zich dan wel aan houden. Dwing mensen ook echt om steeds 1 punt te kiezen en je vraagt altijd naar het waarom.
  • Als begeleider is het fijn dat je vooral op de vorm en de werkwijze stuurt. Spreek mensen b.v. als ze hun verhaal beginnen met een zin als: “zoals klaas zei…”. Interrumpeer en geef aan dat je niet op elkaar mag reageren. Op dergelijke interventies moet je echt strak zijn. Je hoeft echter niet te sturen in een gesprek, je hoeft niet aan te geven dat je iemand nog niet hebt gehoord of die mening nu wel snapt. Iedereen krijgt iedere ronde 1 keer de beurt: niet meer en niet minder.
  • Bewaak ook dat er tussentijds echt niet wordt gesproken en dat het stil is. Het is dan ook belangrijk om een geschikte locatie te vinden waar je ook echt een beetje afgesloten en stil kunt werken.
Lees meer
Contemplatieve dialoog